woensdag 27 februari 2013

Mon petit voisin arabe Alain

Onder het plukjes kammen vanmorgen, de donkerste, bijna zwarte chocoladetint met lichtbruine puntjes babyalpaca die ik ooit in handen had, kwam er ineens een verhaal bovendrijven. Daar stond hij voor mijn geestesoog, langvergeten buurman Alain. Toen ik 18 was, woonde ik een jaar in hartje Parijs, als au-pair bij een Frans-Zweeds gezin. Helemaal bovenin het chique appartementencomplex, 8e etage (en nee, geen lift) had ik daar mijn chambre de bonne (bediendenkamer) van 2.50 x 4.00 meter. Wastafel met koud water was mijn badkamer en keuken, bed, kast, piepklein tafeltje met twee stoelen, kortom: alles wat een mens gelukkig maakt. Tot mijn aankomst daar, was mijn materiële bestaan vanzelfsprekend comfortabel geweest. Nooit nagedacht over een toilet voor jezelf. Nu moest ik in het holst van de nacht in een badjas door de lange gangen sluipen, naar de W.C.-ruimte aan het einde. Dit soort toiletten bestaat volgens mij niet in Nederland. Mijn in teenslippers gehulde voeten, vonden hun wankele houvast op twee daartoe bestemde verhogingen. Dan nog het lastige proces van het omhoog houden van badjas en haar, zodat ik toch nog kon zien waar de straal terechtkwam. Want er zat verder alleen een gat in de grond. De verdere hygiënische toestand van de ruimte zal ik jullie besparen, laat ik me beperken tot het vermelden van het feit dat ik niet het enige levende wezen in die ruimte was. Klappertandend begaven mijn toiletrol en ik ons weer naar mijn kamer, schichtig naar binnen schietend, zodat Alain niet wakker werd. Alain was mijn overbuurman, we deelden de verdieping met zeker 20 mensen, niet alle kamers waren bewoond. Uit vroeger tijden stammen deze chambres de bonne, ieder appartement had er één 'op zolder' voor de dienstmeisjes. De meesten werden gewoon verhuurd aan zeer onvermogende mensen. Alain was er daar één van. Hij sprak beroerd Frans, doorspekt met voor mij onverstaanbare Arabische tussenwerpsels. Door Alain leerde ik de betekenis van het argot (straattaal) woord: soul, spreek uit: soel. Stomdronken. Want dat was 'ie, als hij 's nachts op mijn deur bonkte, met grove dreigementen. Alain kwam ernstig tekort op sexueel gebied, en daar trachtte hij verandering in te brengen. Ik wist dat het eigenlijk een braverd was, heel schattig vond ik regelmatig een plastic tasje met flesjes drinkyoghurt van Yoplait aan mijn deur, daar werkte hij. En onze overdag gesprekjes op de gang waren heel oké, afgezien van het feit dat Arabieren behoorlijk vasthoudend zijn in het overtuigen van vrouwen van hun fantastische capaciteiten op elk terrein, hun onmisbaarheid ook. Eén van de redenen dat ik uiteindelijk maar rondbazuinde dat ik lesbisch was. Er waren nachten dat ik met bonkend hart de dekens ver over mijn hoofd trok, proberend het geweld te negeren, in de hoop dat mijn slot en scharnieren deze storm zouden doorstaan. Ik prees de dag dat Alain een vriendin kreeg, ook al betekende dat niet het einde van nachtelijke herrie....

Terug in het nu: ik heb gisteren voor 47 euro (het aantal jaren dat ik op aarde ben) heerlijke mohair, en diverse tinten zijde uitgezocht. Het plan is, om die te mengen met de effen alpaca, dan krijg je een sterke, zachte vezel met een vleugje kleur en glans. Heerlijk om in afwachting te zijn van de bestelling...

1 opmerking:

  1. Mooi verhaal, Claudia, je beschrijft heel plastisch, leuk om te lezen !

    BeantwoordenVerwijderen